groep 6–8 · 5 min
Werkwoordspelling en 't kofschip
Een van de lastigste onderdelen van het Nederlands: d, t of dt?
Tegenwoordige tijd
Neem de ik-vorm (stam). Bij hij/zij/het en jij (vóór het werkwoord) komt er een t bij: ik word, jij wordt, hij wordt. Maar: word jij? (jij achter het werkwoord → geen t).
ik vind · jij vindt · hij vindt · vind jij?
Verleden tijd: 't kofschip
Eindigt de stam op een letter uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p)? Dan -te(n) en voltooid deelwoord met -t. Anders -de(n) en -d.
bakken → bak → bakte → gebakken/gebakt spelen → speel → speelde → gespeeld