groep 3–6 · 5 min
Spellingcategorieën (zoals in Staal en Taal Actief)
Scholen leren spelling met vaste categorieën en namen, zoals 'hakwoord', 'zingwoord' en 'luchtwoord'.
Voorbeelden van categorieën
Hakwoord: je hoort elke klank (kat, vis). Zingwoord: -ng/-nk (koning, bank). Luchtwoord: -cht (lucht, nacht). Plankwoord: twee medeklinkers vooraan (plank, sterk). Eer-oor-eur-woord: e-oo-eu voor de r (beer, deur). Klankgroepenwoord: open lettergreep (ma-ken, bo-men).
Weetwoorden
Bij ei/ij en au/ou hoor je geen verschil. Deze woorden moet je gewoon 'weten' of opzoeken: trein, ijs, koud, pauw.
Regel: verlengen
Hoor je aan het eind een t, maar schrijf je een d? Maak het woord langer: hond → honden, dus met d.